Cariës

Gaatjes (cariës) ontstaan als er plaque op de tand aanwezig is. Andere factoren zoals voedingsgewoonte en het gebruik van (fris-)drank spelen een rol, waarbij het niet alleen om gaat wat er gegeten of gedronken wordt, maar vooral hoe vaak dit op een dag gebeurd! Niet ieder groefje of pitje in een tand of kies is een gaatje. Datzelfde geldt voor donkere verkleuringen of witachtige vlekken op de tanden. Het kunnen echter wel signalen zijn van beginnende of vergevorderde cariës. Het ontstaan van een gaatje verloopt over het algemeen pijnloos. In het glazuur duurt het langer voordat cariës zich uitbreidt, want glazuur is een hard en dicht materiaal. Als het cariësproces zich voortzet, dan wordt het dieper gelegen tandbeen (dentine) aangetast. Dentine is veel zachter dan glazuur en dus kan cariës daar veel sneller uitbreiden. Pas bij vergevorderde cariës ontstaan pijnklachten. Het cariësproces is dan al zo ver gevorderd dat behandeling noodzakelijk is.

Beginnende gaatjes kunnen door goed te poetsen en door het gebruik van fluoride of xylitol herstellen. Echter gevorderde cariës moet door de tandarts worden behandeld en kan niet met fluoride spoelen worden voorkomen. Fluoride en xylitol zitten in tandpasta’s of speciale spoelmiddelen. Xylitol is bovendien verwerkt in bepaalde suikervrije kauwgoms.

Regelmatige controle (eventueel met röntgenfoto’s) blijft dus belangrijk. De tandarts of mondhygiëniste kan wijzen op de risico plaatsen en adviezen geven op welke manier deze plaatsen het beste schoongehouden kunnen worden.

 

Vraag uw Mondhygiënist om persoonlijk advies!